Persvrijheid in China

  • Jaarkalender

    oktober 2008
    M D W D V Z Z
        Nov »
     12345
    6789101112
    13141516171819
    20212223242526
    2728293031  
  • Pagina’s

Dialoog of confrontatie?

Posted by sarahvl op oktober 22, 2008

Op 21 oktober 2008 hebben ik en mijn medestudenten journalistiek het voorrecht gehad een bezoek te mogen brengen aan het Internationaal Perscentrum in Brussel. Een prachtig gebouw met een lange geschiedenis, maar wat er zich binnenin bevindt is nog veel indrukwekkender. Op de eerste en tweede verdieping vind je alle mogelijke organisaties die zich inzetten voor journalisten van over de hele wereld. En ook alle mogelijke faciliteiten waaraan een journalist behoefte kan hebben, staan op de eerste verdieping tot hun beschikking. De zes verdiepingen daarboven bieden onderdak aan verschillende ‘mediahuizen’, zoals Pol Deltour van de VVJ ze noemt. Deze bestaan uit kleine redactietjes met journalisten van over de hele wereld.

 

Na een rondleiding op de eerste twee verdiepingen om de sfeer eens op te snuiven, maakten we ook nog kennis met enkele voorname aanwezigen van het IPC. Ook de Britse secretaris-generaal van de International Federation of Journalists, Aidan White, was van de partij. De IFJ is de grootste organisatie van journalisten over de hele wereld. Het is de wereldwijde koepel van journalistenvakbonden die strijdt voor persvrijheid en sociale rechtvaardigheid voor journalisten. Aidan White is meer dan dertig jaar journalist geweest (onder andere bij The Guardian!) en weet dus waarover hij praat. En ik moet toegeven dat ik nogal onder de indruk was van zijn bevlogenheid en enthousiasme.

 

Toevallig (of niet, want dit onderwerp leeft bij journalisten wereldwijd) had hij het ook over de situatie van journalisten in China. En opnieuw werd mijn houding ten opzichte van de persvrijheid in China bijgestuurd. Ik citeer Aidan White:

 

Reporters Without Boarders (RSF) is een zeer effectieve organisatie maar verschilt sterk van IFJ. Neem nu bijvoorbeeld de Olympische Spelen. Iedereen herinnert zich wel de fantastische campagne van RSF waarbij de Olympische ringen voorgesteld werden als handboeien, een schitterende stunt. Wij van IFJ hebben echter beslist deze campagne niet te steunen omdat we hun benadering verkeerd vinden. Wij vinden dat als we echt solidariteit willen opwekken met journalisten in China – en er zijn tienduizenden journalisten in China die wanhopig proberen om de situatie te veranderen – dat een beleid van enkel en alleen confrontatie dan de foute keuze is. Confrontatie is soms nodig, en wij protesteren ook regelmatig tegen bedreigingen voor onze journalisten en voor de journalistiek in het algemeen, maar enkel door middel van confrontatie kan je geen dingen veranderen. Daarom hebben we beslist het anders aan te pakken dan RSF, met dialoog in plaats van confrontatie.

 

Daarom gingen wij tijdens de Olympische Spelen met vertegenwoordigers van onze organisatie uit tien verschillende landen naar China. We hadden ontmoetingen met alle Chinese autoriteiten, met de grote Chinese media en met de overheden die de Chinese media controleren. We traden met hen in discussie en we praatten met hen. We vertelden hen ‘You must keep in place the laws that you now have for the Olympics, which allow journalists in China to move freely and to talk to citizens without any problems, because this is a very important evolution.En als resultaat van onze dialoog-aanpak konden wij met steun van de overheid naar de Olympische Spelen gaan, een speciale website oprichten om journalisten die verslag uitbrachten over de Olympische Spelen te steunen, en twee mensen in Peking plaatsen om toe te zien op wat er allemaal gebeurde. Alles met hulp van de overheid omdat deze wist dat we de confrontatie met hen niet zouden opzoeken en dat we enkel solidariteit wilden opbouwen voor journalisten.

 

Bovendien heeft de Chinese overheid twee dagen geleden aangekondigd dat ze de wetten die speciaal voor de Olympische Spelen waren ingevoerd niet zal afschaffen. Journalisten kunnen zich dus blijvend vrij bewegen doorheen het land. Daarnaast hebben we nu ook vaste contacten met journalisten die werken in China. Dankzij onze tactiek van dialoog weten we nu bijvoorbeeld dat een van de grote misvattingen in de wereld is dat er geen persvrijheid in China zou zijn. Want dit is niet waar. Je hebt in China zoveel verschillende soorten van journalisten die op verschillende plaatsen werken. De journalisten waar we contact mee hebben vertellen ons dat er in China meer journalisten zijn – er werken in China meer dan 500.000 journalisten – dan wij in de IFJ hebben. Dus het idee als zou er één overheidsinstantie zijn die journalisten over het hele land controleert, is nonsens. Dat proberen wij nu ook aan de hele wereld duidelijk te maken zodat ook anderen ons zullen volgen in onze aanpak.

 

Dus als je vraagt wat het verschil is tussen RSF en IFJ, dan is het dat. Wij proberen situaties te veranderen door solidariteit op te bouwen en we vermijden confrontatie zoveel mogelijk. We hebben af en toe contact met RSF, maar er zijn dus grote verschillen tussen onze organisaties. Zijn vinden bijvoorbeeld de vraag naar de sociale condities van journalisten ook niet zo belangrijk als wij. De werkomstandigheden van journalisten zijn voor ons een hoofdbekommernis. Ons motto is dat je geen echte persvrijheid kan hebben als journalisten tewerkgesteld zijn in slechte omstandigheden.

Werkomstandigheden zijn cruciaal voor het creëren van een omgeving met persvrijheid, maar dat is dus geen prioriteit voor de RSF, en dat is een significant verschil tussen ons.”

 

De visie van Aidan White en zijn organisatie op persvrijheid is zo genuanceerd dat ik niet anders kan dan me er bij aansluiten. Toch wil ik opmerken dat de IFJ misschien iets té optimistisch staat ten opzichte van de situatie in China. Het is immers niet omdat het voor de Chinese autoriteiten praktisch gezien onmogelijk is om alle 500.000 journalisten in het land te controleren, dat het land zomaar mag vrijgesproken worden van inbreuken op de persvrijheid. De vele journalisten die nog altijd in de cel zitten, bewijzen dat China alleszins probeert om in de mate van het mogelijke zoveel mogelijk controle uit te oefenen.

 

En hoewel ik de IFJ ook kan volgen in zijn idee over de noodzaak van dialoog, lijkt het me ook duidelijk dat campagnes als die van RSF onvermijdelijk nodig zijn om de aandacht van de wereld op een bepaald onderwerp te richten. Ik zou daarom eerder pleiten voor een combinatie van de twee benaderingen. Eigenlijk komt het dus goed uit dat de twee organisaties complementair zijn ten opzichte van elkaar. Het bewijs van het succes van zo een dubbele aanpak, is dat gedurende de Olympische Spelen het thema ‘persvrijheid in China’ regelmatig het internationale nieuws haalde. Dankzij de campagne van RSF werd de Chinese overheid door de wereld onder druk gezet om haar regels te versoepelen. En nu, achteraf, loont ook de aanpak van de IFJ die er ondertussen al in geslaagd is China ervan te overtuigen die versoepelde regels ook na de Olympische Spelen te behouden.

 

Met andere woorden, het RSF heeft met haar campagne de trein in gang geduwd zodat het IFJ nu via dialoog het werk kan afmaken. Hopelijk blijft dit klimaat van hogere persvrijheid in China ook binnen enkele maanden nog bestaan, wanneer het effect van de verhoogde internationale belangstelling rondom de Olympische Spelen helemaal weggeëbd is…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

 
%d bloggers op de volgende wijze: